A walk in the Ark.

Onderweg naar een toren.

Wedstrijdontwerp voor een uitkijktoren in Houthulst. Samenwerking met Bas bvba, Stief Desmet en Jan Minne.

Opdrachtgever: Winvorm

De “Ark” is meer dan een trap en een uitkijkplatform. Het is een pure structuur, sterk door zijn vorm (ingenieursbureau BAS), een gebouw met verschillende ruimtelijke ervaringen (Overal Architectuur). Hij is tegelijk een verticaal landschap (landschapsarchitect Jan Minne) en drager van een artistieke interventie (kunstenaar Stief Desmet). 

De toren als verticaal landschap

De muren van de penanten worden begroeid met planten. Daardoor zal de toren na verloop van tijd een ander uitzicht krijgen en zal hij mee veranderen met de seizoenen. De toren is de voedingsbodem voor een nieuwe laag natuur die niet kan bestaan zonder de toren. Het is een kleine menselijke ingreep in vergelijking met de hoeveelheid planten en dieren die letterlijk en figuurlijk verhoogt door dit verticale landschap.

De toren als artistieke interventie

De Ark staat symbool voor de dialoog tussen water en architectuur en toont aan de bezoekers dat bouwen met en op het water een steeds relevantere plek krijgt binnen de architectuur. In plaats van het water als een permanent gevaar te beschouwen, omarmt de toren het. Bij een overstroming gedraagt hij zich niet als een golfbreker maar als een zandkasteel bij vloed. Het indringende water wordt verwelkomd via de bogen.

 

Kunstenaar Stief Desmet brengt 'Watermerk' aan: een fictieve waterlijn die een horizontaal spoor en een aftekening rondom de voet van de toren markeert.

De toren als structuur

De toren is eenvoudig maar ingenieurs opgebouwd uit drie concentrische conische wanden met zeven openingen. Daardoor ontstaan zeven holle penanten. Zo ontstaan twee continue, gescheiden ruimtes; enerzijds de ruimte tussen de penanten waar de bezoekers kunnen wandelen, en anderzijds de ruimtes in de penanten die niet toegankelijk zijn voor de mens. Dankzij plaatselijke stukken claustraverband kunnen ze de habitat vormen voor onder andere vogels, vleermuizen, insecten en planten. De beide 'bezoekers' zien mekaar wel, maar interfereren niet.

De toren als gebouw

De ruimtes voor de mens bevinden zich op verschillende hoogtes. De bezoekers kunnen er beschut of onbeschut naar de omgeving kijken. De trap naar boven bevindt zich in het midden, omhuld door de toren. Op elk bordes kan je door een boogvormige opening fragmenten opvangen van de omgeving. Pas op het hoogste platform openbaart het prachtige polderlandschap zich volledig aan de bezoeker. De wandeling naar beneden gebeurt in openlucht, in een spiraal rond de toren met een weids zicht. Ter hoogte van de bordessen bevinden zich opnieuw platformen. Dit keer zijn ze naar binnen gericht om terug te kijken op de weg die al is afgelegd. 

Symboliek van de vorm

Het grondplan van de toren is een referentie naar de symmetrische, stervormige vorm van het fort. Ons bouwwerk kan gezien worden als een verwijzing naar de donjon die daar heel dichtbij moet gestaan hebben.

Na de gracht en de omwalling van het fort is de donjon de derde en laatste beschermingslaag. De drielagenstructuur van de Ark verwijst naar die gradaties van bescherming.

 

Wedstrijdontwerp voor een Bezinningscentrum op de heide

Opdrachtgever: private bouwheer

Op de heide wil de opdrachtgever een bestaande school verbouwen tot een  centrum voor bezinning. We willen enkel bijbouwen op de bestaande open plek, op de bosrand, om geen bomen te rooien. We strippen het bestaande gebouw en behouden de betonnen portieken en de plint. De structuur die wordt bijgebouwd is een lichte versie van de bestaande. Ze bestaat uit houten portieken en krijgt een vloer op de hoogte van de plint. Zo bouwen we niet-invasief, we raken zo weinig mogelijk aan het terrein.

 

De gestripte, bestaande ruimtes worden open plekken, 'zomerruimtes' en verbindingsruimtes.  De inspiratie voor het nieuwe deel vloeit voor uit het bestaande gebouw dat ons aan een klooster doet denken. Het nieuwe deel krijgt vorm in die sfeer en structureert de buitenruimtes.

 

Openbare kindertoiletten Mechelen

Opdrachtgever: stad Mechelen

Verbouwkost: 65 000 euro

Uitvoering: 2015

De openbare toiletten in Mechelen zijn gelokaliseerd op de bevoorrechte plaats van de fundamenten van het Belfort uit de veertiende eeuw, dat op de lijst van het UNESCO-Wereldcultuurerfgoed staat. We bouwen voort op de schouders van onze voorgangers. We bouwen voort op de plek. Voor ons is de historische context de inspiratie voor het vernieuwen van de toiletten. Architectuur gaat over de traditie van typologieën, niet over originaliteit.

‘Mechelen kinderstad’ legt bij de opdracht de nadruk op kindvriendelijkheid. ‘Rommy’, de mascotte van ‘Mechelen kinderstad’, moest een plaats krijgen in dit ontwerp. Het kindertoilet is vormgegeven als de Sint-Romboutstoren/ Rommy en heeft een deur op kindermaat. Binnenin is een spelbord gemaakt van een oude kaart van de stad om kin- deren spelenderwijs een stukje geschiedenis en stadskennis aan te leren;‘Waar is Rommy?’.

Wedstrijd Hans Andersen Museum Denemarken

Opdrachtgever: stad Odense, Denemarken

Bouwkost: nvt

Uitvoering: wedstrijd

Wedstrijdontwerp voor een nieuw museum voor Hans Christian Andersen.We kiezen ervoor om het grootste deel van het museum ondergronds te situeren. Op die manier vrijwaren we de site om er een publiek park van te maken. Het is ook een referentie naar het donkere leven van de schrijver. Onderweg komt de museumganger paviljoenen tegen en vangt hij ook een glimp op van het bovengronds park en het licht. De wandeling door het museum eindigt bovengronds in het geboortehuis van H. C. Andersen.

 

Wedstrijd 'Buiten de grenzen'

Opdrachtgever: Beaufort 2015

Bouwkost: nvt
Uitvoering: wedstrijd

 

OVERAL Architectuur // Mechelen & Gent // welkom@overal-architectuur.be //015 65 66 68                                    HOME